Terug
6. Lagering & klaring
Initiatie wijncursus, van en door, Jan De Clercq, Master of Wine
1.Lagering
2.Klaring
1.Lagering
Tijdens de wintermaanden kristalliseert het teveel aan wijnsteenzuur en
slaat het neer.
Tijdens deze rustperiode bezinken ook de troebelstoffen (onoplosbare
kleurstoffen, stukjes schil, rist en pitten).
Door de wijn regelmatig over te steken (soutirage) op schone vaten wordt hij
helder.
De lagering kan gebeuren in kleine eiken fusten (225/2281) of in kuipen (hout,
beton, Inox). In eiken vaten ontwikkelt de wijn zich sneller dan in grote
kuipen.
De wijn klaart ook sneller uit.
Nieuwe eik geeft bovendien aangename aroma's ( vanille, toast, mokka, ... ) die
de wijn meer aromatische complexiteit schenken.
Men constateert ook bij rode wijnen dat de kleur beter gefixeerd wordt en dat de
tannines zachter, meer versmolten overkomen.
2.Klaring
Tegenwoordig gebruikt men vooral caseïne of gelatine als klaarstof
(colle).
Deze eiwitten vlokken uit, slaan langzaam neer en nemen de troebelstoffen met
zich mee. Vroeger gebruikte men vooral wit van ei, nu nog heel zeldzaam.
Top