Terug
1. De voorwaarden tot
het wijnproeven
Initiatie wijncursus, van en door, Jan De Clercq, Master of Wine
A. Wanneer
wijn proeven
B. Waar wijn proeven
C. Met wie wijn proeven
D. Welke wijn proeven
E. Hoeveel wijnen proeven
F. Blind proeven
G. Welk glas
H. Degustatie en de rol van de oefening
I. Degustatie en de rol van het geheugen
A. Wanneer wijn proeven
Wijn genieten kun je in principe op elk moment van de dag.
Als je echter optimaal wil proeven dan gebeurt dit best tussen 10 en 12 uur 's
morgens, omdat je dan in staat van honger bent, wat de concentratie aanscherpt.
Of anders 's avonds terug voor het eten.
Om te proeven moet je je bovenal in een goede fysieke en
mentale staat bevinden.
Met een verkoudheid bvb kun je geenszins wijn proeven.
De mentale gezondheid is ook van belang.
Je moet je ten volle kunnen concentreren op de wijn in je glas.
Zorgen of stress leiden onze hersenen af en we missen dan misschien nuances die
we in optimale omstandigheden wel zouden waargenomen hebben.
B. Waar wijn proeven
Een rustige omgeving is heel belangrijk om wijnen te proeven, liefst in een
lokaal dat goed verlicht is (bij voorkeur daglicht) en vrij van vreemde geuren.
Zo storen zware parfums en tabaksrook de andere proevers alsook jezelf.
Lawaai vermindert de concentratie en is dus zeker niet aangewezen.
C. Met wie wijn proeven
Het gezelschap waarmee je wijn proeft is van groot belang.
Het heeft absoluut geen zin wijnen te proeven met mensen die geen beetje
interesse hebben, die wijn proeven maar flauwekul vinden of van de degustatie
gebruik maken om zich te bezatten.
Zoals al gezegd moet alles in een rustige, ontspannen sfeer kunnen gebeuren.
Daarom zeker niet bloedserieus; wijn blijft een feestelijke drank, maar wel met
respect voor iedereen.
Aan de andere kant is het bijzonder onaangenaam zich in het gezelschap te
bevinden van een wijnsnob, een allesweter, een pretentieuze zogenaamde "kenner".
Vooral de beginner mag zich niet laten afschrikken door deze ridicule
personages.
D. Welke wijn proeven
Alle wijnen kunnen natuurlijk gedegusteerd worden, maar je moet ook beseffen
dat sommige wijnen gemaakt zijn om gedronken en niet om geproefd te worden.
Gewone tafelwijnen kunnen plezier verschaffen maar je moet er niet veel achter
zoeken.
Kies vooral goede wijnen die karakteristiek zijn voor hun "appellatie" zodat je
langzaam aan referentiepunten begint te krijgen.
Proef af en toe eens de echt "grote" wijnen, de beste van hun soort, om die dan
als ultieme maatstaven te kunnen gebruiken.
E. Hoeveel wijn proeven
Om echt optimaal te proeven kun je je best beperken tot minder dan 10
wijnen.
Tussen de wijnen kun je dan wat water of eventueel een stukje brood nuttigen.
Kaas tussendoor is niet aangeraden omdat die steeds de smaak beïnvloedt.
Het is best niet één wijn maar meerdere naast mekaar te proeven, zo breng je een
wijn in perspectief; kun je gaan vergelijken.
F. Blind proeven
Wanneer men een wijn proeft zonder de minste informatie over de wijn, zonder de
naam te kennen, zonder het etiket gezien te hebben, dan proeft men "blind".
Blind proeven is noodzakelijk als je een wijn objectief wil beoordelen.
Het heeft ook het voordeel dat je veel aandachtiger en zonder vooroordelen met
een wijn bezig bent.
Mijn persoonlijke mening hieromtrent is dat als je wijnen echt objectief wil
proeven dit blind moet gebeuren.
Als je evenwel wijnen wil GENIETEN zijn er voor mij twee
opties; wijnen die goed tot heel goed zijn proef je blind omdat je dan
aandachtiger proeft en de kwaliteiten beter herkent. Proef je echter hele grote,
legendarische wijnen dan voegt de reputatie, het aura van de befaamde naam, een
extra dimensie toe aan het proefgenot.
Het proeven van zulk een wijn wordt dan een bijna sacrale belevenis, een heel
intens moment. Het zou jammer zijn hieraan voorbij te gaan.
G. Welk glas?
Een degustatieglas moet van kleurloos glas zijn en vooral naar boven toe
gesloten zijn om de aroma's optimaal te concentreren.
Er bestaat dan ook een gestandaardiseerd proefglas dat alle
wijnproevers over de hele wereld gebruiken: het INAO of ISO glas.
Het voordeel van een standaard glas is dat je een wijn steeds op dezelfde manier
beoordeelt.
Om van wijn te genieten kan je prachtige kristallen glazen
kopen die de esthetiek met goede technische kwaliteit combineren.
De RIEDEL glazen zijn hiervan een schoolvoorbeeld.
De glazen kun je best voor ongeveer één derde vullen.
Voldoende zodat de wijn genoeg aroma's kan vrijgeven maar ook niet teveel want
dan kun je er nog moeilijk aan ruiken en kun je ook het glas niet meer "walsen".
De reiniging van de glazen vraagt wel wat aandacht.
Best kun je zo weinig mogelijk detergent gebruiken en in ieder geval moet je met
voldoende water uitspoelen.
Glazen met restjes detergent kunnen een zeperig geurtje afgeven en ook heb je
bijna geen "traanvorming" meer.
Voor mousserende wijnen is het negatief effect nog groter.
De pareling ontspringt namelijk vanuit microscopische oneffenheden in het glas
waaraan de belletjes zich vastklampen.
Detergent legt als het ware een gladde film op de binnenwand en je krijgt plots
een glas zonder enige pareling.
Ideaal is de glazen voor het proeven nog eens met water te reinigen en dan met
een klein beetje wijn uitspoelen.
Men gebruikt hiervoor de franse term "enviner un verre".
H. Degustatie en de rol van de
oefening
Om goed te kunnen degusteren moet je vaak degusteren.
Onze zintuigen moeten getraind worden om beter te kunnen werken.
Zo gebruiken we tegenwoordig onze neus heel weinig op een bewuste, actieve
manier. Daardoor is onze reukzin vaak onderontwikkeld.
Ook de smaak zien we in onze maatschappij zienderogen achteruitgaan.
De snelle evolutie van de fast food, het belang van voorverpakte maaltijden; het
zijn allemaal tekenen aan de wand.
We zien ook een vervlakking van de smaken in de steeds groeiende dominantie van
de zoete smaak.
Velen onder ons weten niet meer om te gaan met zure en bittere smaken die
eigenlijk, wanneer ze goed geïntegreerd zijn, reliëf en complexiteit aan een
gerecht of wijn geven.
I. Degustatie en de rol van het
geheugen
Het geheugen speelt een primordiale rol in de degustatie.
Zo bijvoorbeeld moet je, als je aroma's van een wijn analyseert, eerst die
aroma's gememoriseerd hebben om ze te kunnen herkennen.
Je kunt pas de geur van frambozen herkennen als je hersenen weten hoe frambozen
ruiken. Dit klinkt heel eenvoudig maar dat is het niet altijd.
Vaak ruik je iets, komt het je bekend voor, maar kun je er geen precieze naam op
plakken.
Het geheugen moet dus via praktische oefening (herhaaldelijk ruiken) aroma's
memoriseren.
Met smaken is dat ook zo.
In je geheugen moet je een soort referentiekader opbouwen van wijnen die je
reeds geproefd hebt.
Dan pas kun je echt een wijn gaan plaatsen.
Het is evident dat je bij een blinddegustatie pas een wijn kunt herkennen als
zijnde een Bourgogne als je voorheen al verschillende malen een Bourgogne
geproefd hebt.
Zoals een bibliofiel over een gevarieerde bibliotheek beschikt, een melomaan
over een ruime discotheek, zo zou de oenofiel een goed gestoffeerde vinotheek
moeten bezitten.
Top